[Deze pagina sluiten]
DE KOOLDRUK
door René Smets

INLEIDING

De kooldruk is een fotografisch afdrukprocédé dat voor het eerst werd toegepast in 1855 door Alphonse Poitevin.
Het procédé is gebaseerd op het verharden van organisch materiaal (gelatine) onder invloed van dichromaten en licht. Op een pigment papier wordt een laag gelatine gemengd met pigment aangebracht, dat lichtgevoelig gemaakt wordt met kaliumdichromaat. Onder een groot negatief wordt een contact druk gemaakt. De gelatinelaag wordt overgebracht naar een drager en daarop ontwikkeld.
Dit ontwikkelen is eigenlijk het wegspoelen van de niet verharde gelatine. Op de uiteindelijke drager bekomt men een gelatine reliëf met alle tonen van het negatief van het wit van het papier tot het maximum zwart van het pigment.
De kooldruk is één van de weinige procédé’s waarbij men alle details van het negatief kan overbrengen in de afdruk.
Aan de hand van teksten, foto’s en tekeningen zal ik al het hierboven beschrevene uitleggen. Laat U niet afschrikken door de soms ingewikkelde hulpstukken die ik hiervoor gemaakt heb, alles kan ook uitgevoerd worden op een eenvoudige manier met simpele zaken. Aan het ganse procédé heb ik verschillende maanden gewerkt niet alleen aan de techniek van de kooldruk maar vooral aan het bouwen van de hulpstukken, het ene met al beter resultaat dan het andere. Ook de bijhorende fotoreportage, fotobewerkingen en tekeningen met de computer vroegen heel wat tijd.
Maar ik heb het met heel veel plezier gedaan en ben blij het met andere gelijk gestemde te delen. Er mogen altijd vragen gesteld worden, als het kan zal ik er graag een antwoord op geven.
Ik zal het procédé uitleggen in zeven stappen met telkens de beschrijving, de formules, foto’s en tekeningen.
De zeven stappen zijn:

  1. het maken van de grote negatieven
  2. lijmen van het aquarel papier
  3. mengen en gieten van de gelatine-pigmentlaag
  4. lichtgevoelig maken
  5. belichten
  6. ontwikkelen
  7. drogen

1. HET MAKEN VAN HET GROTE NEGATIEF

In de begin periode van de kooldruk, was een groot negatief geen probleem, men gebruikte meestal grote camera’s.
Tegenwoordig kan men grote negatieven maken met de computer, maar ik moet het eerste grote digitale negatief nog steeds zelf in handen krijgen waarmee men de verschillende oude afdruk procédé’s kan uitvoeren. En vooral tegen een aanvaardbare prijs voor de printer en de inkten.



De drang naar de originele uitvoering was bij mij zo groot, dat ik voor deze en andere technieken een 4x5 inch camera bouwde. (foto 1)

Om nog grotere negatieven te kunnen maken, kocht ik op tweedehands beurzen een paar oude camera’s welke ik restaureerde en waarvan ik de filmhouders aanpaste voor de moderne vlakfilms.
(foto's 2 en 3)





Het gebruiken van deze camera’s is de gemakkelijkste weg naar een groot negatief, hierna volgt de moeilijkste.
Door de jaren bekomt iedere fotoamateur een grote hoeveelheid negatieven, 24x36mm of 6x6cm. Hoe ik van deze kleine negatieven grote negatieven maak toon ik U hierna.



Onder de balg en mijn camera bouwde ik een slede waarop zowel de balg als de negatiefhouder stevig en trilvrij kunnen gemonteerd worden (zie foto 4).

Op de balg van de camera bouwde ik een lichtbakje, hiervoor plaatste ik een negatiefhouder welke naar voor en naar achter kan verschoven worden om een opname op 1x1 te bekomen.

Door het gebruik van dit lichtbakje heeft men steeds dezelfde lichtsterkte, en dus ook dezelfde belichtingstijd, op voorwaarde dat de negatieven dezelfde dekking hebben (zie schets 1).

Ik gebruik voor het opnemen van het positief Rolleipanfilm 25 asa. Na enkele proeven met een stappen tablet ( Stouffer ) kan men de juiste belichting bepalen voor een goed positief met alle details in zowel de lichte als de donkere partijen, op voorwaarde dat die in het negatief zitten.
De film ontwikkel ik in ROLLEI RHS ontwikkelaar, oplossing 1+7 gedurende 5,30 min bij 20°C. Dit is 10% meer dan de fabrikant voorschrijft om zeker te zijn van goede detaillering in het ganse negatief. Van deze positieven maak ik het grote negatief met de vergroter , op dezelfde manier als fotopapier. Het enige verschil is dat de film wordt belicht op een zwarte achtergrond in plaats van een witte.
Voor enkele jaren had men de beschikking over halftoonfilms Gevarex ed. maar deze worden niet meer gemaakt. Men kon deze verwerken bij rood licht. Blijkbaar zijn er tegenwoordig orthofilmen die men hiervoor ook zou kunnen gebruiken, maar tot op heden heb ik hiermee geen testen gedaan. Ik maak de grote negatieven op ADOX CHS panchromatische film (25 ISO). Dit is een gewone camera film ¯ dus zeer lichtgevoelig ¯ daarom moest ik mijn vergroter aanpassen met een camera sluiter tussen het negatief en de lens (zie foto's 5, 6 en 7).

Het vergrotings apparaat moet ook lichtdicht afgedekt worden want alles moet in volledige duisternis gebeuren. Deze grote negatieven ontwikkel ik in de schalen zoals fotopapier, of in een zelfgebouwde ontwikkel-container waarin verschillende filmen te gelijk kunnen bewerkt worden (zie foto 8).

Door de concentratie en de ontwikkeltijd kan men het contrast aanpassen. Om gemakkelijk te kunnen werken heeft men op de projectietafel van het vergrotingsapparaat een belichtingsraam nodig, liefst met registerpennen zodat men zeker is van de juiste plaatsing van de film, want vergeet niet: men werkt in het donker.

Ik heb twee dergelijke drukramen gebouwd, het ene wat ingewikkelder dan het andere. Schets 2 geeft U meer info over het eerste, dat bestaat uit een grondplank welke men met pennen aan het vergroterbord kan bevestigen. Op deze plank zitten vier registerpennen waarop men de maskers kan bevestigen. Het geheel wordt aangedrukt met een scharnierende glasplaat.

In tegenstelling tot vergrotingspapier, moet film belicht worden op een zwarte achtergrond inplaats van een witte. Bij het raam heb ik verschillende maskers gesneden voor de verschillende formaten (zie foto 9). Met dit hulpmiddel kan men zeer gemakkelijk in het donker de filmen op de juiste plaats onder de vergroter plaatsen.

Ik gebruik ook een lichtdichte schuif om tijdens het drukken de belichte filmen op te slaan. Het tweede wat eenvoudiger drukraam bestaat uit een grondplank waarop vier registerpennen zijn gelijmd. De ondergrond van dit raam is zwart, om het beeld te kunnen scherpstellen gebruik ik een wit stuk pvc welke op de registerpennen past.



Naargelang het formaat, wordt het grote negatief in het gepaste masker geplaatst waarmee het in kontakt kan worden belicht op het pigmentpapier. De maskers heb ik gesneden uit aluminium platen van 0,2 mm welke men kan bekomen bij de drukker.

Opmerking: De overdrachtpapieren afgebeeld op foto 9b zijn bewerkt met Gesso, hierdoor blijven ze perfect vlak. In plaats van pigmentpapier gebruik ik meestal heldere pvc folie waarvan ik één zijde met de schuurmachine mat schuur; pvc heeft het voordeel dat men het onbeperkt kan herbruiken, en dat het perfect vlak blijft.


't vervolgt..
Site and content: © jacques kevers 2005 all rights reserved - Design by Ades Design